ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1670

Bij besluit van 18 oktober 2019 heeft de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer opgelegd. Op 30 september 2019 is aan het CBR een schriftelijke mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. In die mededeling is vermeld dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid en/of lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor zijn rijbewijs is afgegeven. Deze mededeling is gebaseerd op een op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van snelheid van de politie, eenheid Noord-Nederland, van 8 september 2019. Volgens dat proces-verbaal hebben verbalisanten geconstateerd dat [appellant] op die dag om 00.32 uur als bestuurder van een personenauto binnen de bebouwde kom de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 50 km/h heeft overschreden met 51 km/h.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken