ABRvS 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1659

Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft de algemeen directeur (lees: de directie) van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] meegedeeld dat hij een onderzoek dient te ondergaan naar zijn rijvaardigheid en dat hij in elk geval tot de uitslag van dit onderzoek niet mag rijden. [appellant] heeft als beginnend bestuurder twee snelheidsovertredingen begaan. Op 16 maart 2016 reed [appellant] met een gecorrigeerde snelheid van 128 km/u waar hij niet harder dan 80 km/u mocht rijden en op 13 maart 2020 reed hij met een gecorrigeerde snelheid van 136 km/u waar hij niet harder dan 80 km/u mocht rijden. Aan [appellant] zijn voor beide overtredingen onherroepelijk geworden strafbeschikkingen opgelegd. Bij brief van 28 september 2020 heeft de officier van justitie het CBR mededeling gedaan van het vermoeden dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid die vereist is voor het besturen van de categorieën motorrijtuigen waarvoor aan hem een rijbewijs is afgegeven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen