ABRvS 21 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1590

Bij besluit van 19 april 2019 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] voor een jachtakte afgewezen. Op 7 maart 2019 heeft [appellant] bij de korpschef een aanvraag ingediend voor de verkrijging van een jachtakte, als bedoeld in artikel 3.28 van de Wet natuurbescherming. Op 12 maart 2019 heeft de korpschef het voornemen bekend gemaakt om de aanvraag van [appellant] af te wijzen. Bij de gebruikelijke screening die volgt na het indienen van een aanvraag voor een jachtakte, is de korpschef gebleken dat in het Justitieel Documentatie Systeem een registratie over een misdrijf stond die aan de verlening van een jachtakte op grond van artikel 3.28, derde lid, aanhef en onder e, van de Wnb in de weg staat. Uit dit artikel volgt dat een jachtakte moet worden geweigerd als een aanvrager in de acht jaren voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf op grond van, onder meer, de Wet wapens en munitie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen