ABRvS 21 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1584

Bij besluit van 5 juni 2018 heeft het CBR aan [appellant] een onderzoek naar zijn drugsgebruik opgelegd. Bij besluit van 16 juli 2019 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard vanaf 23 juli 2019. De Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant heeft aan het CBR een mededeling gedaan als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegensverkeerswet 1994. Deze mededeling houdt in dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel geschiktheid om een motorrijtuig van de categorieën AM, B en T te besturen. Dat zijn de categorieën waarvoor het rijbewijs van [appellant] is afgegeven. Aan deze mededeling ligt ten grondslag dat [appellant] volgens het door verbalisanten op ambtsbelofte en ambtseed opgemaakte proces-verbaal "rijden onder invloed" van 9 mei 2018 en het door verbalisant op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 9 mei 2018 op 8 mei 2018 vermoedelijk een motorrijtuig heeft bestuurd onder invloed van drogerende stoffen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken