ABRvS 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:147
Bij besluit van 28 augustus 2018 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven afgewezen. De CSG kent uit het schadefonds onder meer uitkeringen toe aan een ieder die door een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen. Op 9 augustus 2018 heeft [appellant] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Hij heeft in het aanvraagformulier vermeld dat hij slachtoffer is geworden van stelselmatig huiselijk geweld en als gevolg daarvan fysiek en psychisch letsel heeft opgelopen. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellant] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl