ABRvS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1392

Bij besluit van 14 september 2018 heeft de minister de aanvraag van [vader] om wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige zoon van [vader] en [appellante] (hierna: het kind), van [naam appellante] in [naam vader], toegewezen. [appellante] betoogt dat de rechtbank met dit oordeel heeft miskend dat het kind op 10 juli 2019 schriftelijk te kennen heeft gegeven dat hij onder druk van zijn vader heeft verklaard dat hij zijn geslachtsnaam wil wijzigen, maar dat dit niet is wat hij wil. Zijn verklaring van 10 juli 2019 maakt de eerdere verklaringen van het kind ongeldig. Volgens [appellante] verkeert het kind in een onveilige situatie en wordt hij met de geslachtsnaamswijziging ten onrechte gedwongen zich te identificeren met het gezin waarvan hij in het dagelijkse leven deel uitmaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken