ABRvS 16 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1276
Bij besluit van 26 november 2018 heeft de burgemeester van Almere aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft na het aantreffen van hennepplanten in de woning en op het bijbehorende balkon van [wederpartij], bij een controle op 13 augustus 2018, een last onder dwangsom opgelegd krachtens artikel 13b van de Opiumwet. De last houdt in dat [wederpartij] een dwangsom van € 25.000,00 verbeurt als binnen drie jaar wordt geconstateerd dat hij de woning weer in strijd met de Opiumwet heeft gebruikt. [wederpartij] is het daar niet mee eens en heeft, nadat hij tevergeefs daartegen bezwaar had gemaakt, beroep ingesteld bij de rechtbank. Dit geschil in hoger beroep gaat over de beantwoording van de vraag of [wederpartij] al dan niet aannemelijk heeft gemaakt dat de in zijn woning en het daarbij behorende balkon aangetroffen hoeveelheid softdrugs voor eigen gebruik aanwezig was en niet voor verkoop, verstrekking of aflevering.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2326
- ABRvS 4 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4083
- ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1870
- ABRvS 1 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1433
- ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:738
- ABRvS 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840
- ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2362