ABRvS 16 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1272
Bij besluit van 27 september 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland [appellante] gelast om de woonunits op de percelen aan de [locatie 1], [locatie 2], [locatie 3] en [locatie 4], te ’s Gravenzande te verwijderen en verwijderd te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 25.000,00 per woonunit per geconstateerde overtreding in een week, met een maximum van € 100.000,00 per woonunit. [appellante] exploiteert op verschillende locaties in de gemeente Westland een glastuinbouwbedrijf. Dit bedrijf heeft als specialiteit de teelt van Amaryllis snijbloemen. Het personeelsbestand van [appellante] bestaat voor een groot deel uit arbeidsmigranten. Voor deze arbeidsmigranten heeft [appellante] tijdens het hoogseizoen volgens haar veel huisvesting nodig. Op 24 juli 2017 heeft een toezichthouder van de gemeente Westland geconstateerd dat de woonunits niet zijn verwijderd van de percelen. Daarna is het college overgegaan tot handhavend optreden tegen [appellante].
De uitspraak op rechtspraak.nl