ABRvS 9 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1205

Bij besluit van 18 maart 2019 heeft de korpschef van politie de voor [appellant] verleende toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, ingetrokken. De korpschef heeft bij besluit van 6 februari 2017 aan het bedrijf [bedrijf] toestemming verleend om [appellant] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wpbr. Op 10 juli 2018 is [appellant] door de politie verhoord als verdachte over een mishandeling die plaatsvond op 27 mei 2018 in [beachclub] in Bloemendaal, waar [appellant] op dat moment werkzaam was. [appellant] werd ervan verdacht dat hij een bezoeker twee vuistslagen tegen het linkeroog heeft gegeven. Naar aanleiding van de aangifte heeft de korpschef aan [appellant] het voornemen bekend gemaakt om de toestemming in de zin van artikel 7, tweede lid, van de Wpbr, in te trekken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken