ABRvS 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1107

Bij besluit van 28 september 2018 heeft het CBR aan [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en zijn rijbewijs gedurende dit onderzoek geschorst. Aan [appellant] is op 22 februari 2010 zijn eerste rijbewijs afgegeven. Op 1 december 2014 is [appellant] als beginnend bestuurder aangehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 720 µg/l (1,656 ‰). Het CBR heeft hierover destijds geen mededeling als bedoeld in artikel 130 van de WVW ontvangen. Op 4 augustus 2018 is [appellant] wederom aangehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 645 µg/l (1,484 ‰). De politie heeft hiervan wel een mededeling als bedoeld in artikel 130 van de WVW gedaan aan het CBR. Tevens is het CBR toen op de hoogte gesteld van het eerdere feit van 1 december 2014. Bij besluit van 28 september 2018 heeft het CBR aan [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs gedurende het onderzoek geschorst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken