ABRvS 19 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1068
Bij besluit van 28 september 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand [appellant B] dwangsommen opgelegd. [appellante A] en [appellant B] zijn eigenaar van delen van het perceel aan de [locatie] (hierna: het perceel). Op het perceel wordt door onder meer [appellante A] een transportbedrijf geëxploiteerd. Gemeentelijke toezichthouders hebben op 19 april 2017 een controle uitgevoerd op het perceel en daarbij een aantal overtredingen geconstateerd. Nadat bij een tweede controle op 12 september 2017 bleek dat deze overtredingen niet waren beëindigd, heeft het college het besluit van 28 september 2017 genomen. In de besluiten op bezwaar van 6 maart 2018 is het bezwaar van [appellante A] en [appellant B] (hierna samen in enkelvoud: [appellant]) ongegrond verklaard. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en de besluiten van 6 maart 2018 gedeeltelijk vernietigd. [appellant] is het niet eens met de aangevallen uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl