ABRvS 19 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1066
Bij besluit van 31 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas aan [appellante sub 3] lasten onder dwangsom opgelegd. [vennoten] zijn sinds 28 februari 2003 eigenaren van een perceel met woning, gelegen aan de [locatie A]. Zij zijn tevens vennoten van de vennootschap onder firma [appellante sub 3]. Op 16 oktober 2018 heeft [appellant sub 2] een handhavingsverzoek ingediend. [appellant sub 2] woont aan de [locatie B] te Lottum, in de directe nabijheid van het perceel [locatie A]. Hij heeft zich in het handhavingsverzoek op het standpunt gesteld dat het bestemmingsplan geen transportbedrijf op het perceel [locatie A] toelaat en dat hij in grote mate hinder ondervindt van het vrachtverkeer voor zijn woning. Tijdens controles op 26 februari 2018, 30 januari 2019 en 24 juli 2019 is geconstateerd dat er drie of meer vrachtwagens zijn geparkeerd op het achterterrein van het perceel [locatie A].
De uitspraak op rechtspraak.nl