ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:925
Bij besluit van 29 juni 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorst [appellant B] onder oplegging van een dwangsom gelast de bewoning van de percelen aan de [locatie] te Teuge te (laten) staken op uiterlijk 1 november 2016 en daarna gestaakt te houden. [appellant B] exploiteert sinds 1996 de [camping], gelegen aan [locatie] in Teuge. Vanaf 2007 wordt hij daarbij geholpen door onder andere zijn dochter, [appellant C]. [appellant B] en [appellant C] zijn de vennoten van [appellante]. Omdat volgens het college in strijd met het bestemmingsplan personen op de camping woonden, heeft het college [appellant B] gelast om die bewoning te (laten) staken op uiterlijk 1 november 2016 en daarna gestaakt te houden.
De uitspraak op rechtspraak.nl