ABRvS 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3139
Bij besluit van 21 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] een ligplaatsvergunning verleend voor het bedrijfsvaartuig "[vaartuig A]" en bijbehorende voorzieningen ten noorden van de [locatie 1] ten zuiden van de strekdam en een ontheffing voor het gedeeltelijk wonen op het bedrijfsvaartuig [vaartuig A]. Voorts heeft het college bij besluit van 21 december 2017 een vervangingsvergunning verleend voor het vervangen van het bedrijfsvaartuig [vaartuig B] door [vaartuig A]. De rechtbank heeft volgens [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] miskend dat het college [appellant A] en [appellant B] ten onrechte als belanghebbende heeft aangemerkt in de bezwarenprocedure. [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] betwisten dat [appellant B] eigenaar is van het schip [vaartuig C].
De uitspraak op rechtspraak.nl