ABRvS 23 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3087

Bij besluit van 26 april 2018 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens de voorgenomen gegevensverwerking Registratieplicht raamprostituees van de gemeente Utrecht onrechtmatig geacht en het verzoek om ontheffing voor het mogen verwerken van bijzondere persoonsgegevens afgewezen. De AP heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 151a van de Gemeentewet geen toereikende grondslag biedt als bedoeld in artikel 23, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wbp, op grond waarvan het verbod van gegevensverwerking kan worden doorbroken. Ook artikel 3:16 van de Apv 2010 biedt geen wettelijke grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens, omdat een Algemene plaatselijke verordening geen bijzondere wet in formele zin is. De gegevensverwerking wordt daarom onrechtmatig geacht. De burgemeester betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 151a van de Gemeentewet de voorgenomen gegevensverwerking van sekswerkers mogelijk maakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken