ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3002

Bij besluit van 28 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten een dwangsom van € 10.000,00 ingevorderd. [appellant] was ten tijde van het besluit van 28 mei 2019 eigenaar van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Putten. Bij besluit van 5 maart 2018 heeft het college aan de rechtsvoorganger van [appellant] een last opgelegd met een dwangsom van € 10.000 per maand met een maximum van € 60.000 om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bestaande uit het (laten) gebruiken van het perceel en de daarop aanwezige opstallen voor huisvesting van personen die daarvandaan naar hun werk gaan en/of gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven binnen zes maanden na verzenddatum van deze brief te beëindigen en beëindigd te houden. Op 11 april 2019 heeft een toezichthouder een controle op het perceel uitgevoerd. Hij heeft toen zes personen aangetroffen. Het college heeft daarom besloten om over te gaan tot invordering van de dwangsom.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken