ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2987
Bij besluit van 9 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellant] om verlening van een urgentieverklaring afgewezen. Op 8 februari 2019 heeft [appellant] het college verzocht om een urgentieverklaring wegens medische redenen. [appellant] heeft een ernstige vorm van het obstructief slaapapneusyndroom, waarvoor hij een CPAP, een slaapmasker, heeft. Om dit te kunnen gebruiken heeft hij een stroomaansluiting nodig of een accu die dagelijks moet worden opgeladen. [appellant] sliep ten tijde van belang op een boot die geen stroomaansluiting heeft. Het college heeft de aanvraag van [appellant] ten eerste op grond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder h, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 afgewezen, omdat het college hem niet in staat acht om in de kosten van het bestaan of een woning te voorzien.
De uitspraak op rechtspraak.nl