ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2984
Bij besluit van 18 januari 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat geweigerd aan het college een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart te verlenen voor het bouwplan [locatie] van [appellant sub 2] in Rijsenhout. [appellant sub 2] wil twee nieuwe woningen bouwen aan de [locatie] in Rijsenhout en een gesloopte woning herbouwen. Op de gronden was vroeger glastuinbouw aanwezig, maar die glastuinbouw is meer dan tien jaar geleden beëindigd. [appellant sub 2] heeft de oude kassen gesloopt met het doel om op het perceel woningen te realiseren. Zijn gronden grenzen aan de oostzijde aan de woningen aan de Rijshornstraat en aan de westzijde aan gronden van een betonfabriek. Aan de noordzijde grenzen de gronden van [appellant sub 2] aan gronden met een agrarische bestemming waarop kassen staan en aan de zuidzijde aan de Kleine Poellaan. Het woningbouwproject is voor hem noodzakelijk om de kosten voor het slopen van de oude kassen terug te verdienen.
De uitspraak op rechtspraak.nl