ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2873
Bij besluit van 6 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sluis aan Havenzicht Cadzand B.V. een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het bouwen van een appartementengebouw aan de [locatie 1] in Cadzand. Op 29 juni 2018 heeft [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van 10 appartementen met bijbehorende ruimte, berging en parkeerruimte op het perceel [locatie 1]. Bij besluit van 13 mei 2019 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning tweede fase verleend. Inmiddels is deze omgevingsvergunning gaan gelden voor Havenzicht Cadzand. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] en anderen zijn eigenaren van diverse panden in de omgeving en kunnen zich niet met de omgevingsvergunningen verenigen, omdat zij vrezen dat het appartementengebouw tot onaanvaardbare inbreuk op hun woon- en leefklimaat zal leiden. [appellant sub 2] en anderen zijn niet tegen de komst van het gebouw, maar verzetten zich tegen de situering daarvan.
De uitspraak op rechtspraak.nl