ABRvS 2 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2845
Bij besluit van 15 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Marne een dwangsom van € 10.000,00 ingevorderd bij [appellant]. In april 2013 is aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de woning aan de [locatie] te Zoutkamp. Hierbij is een dakopbouw vergund. De woning is eigendom van de zoon van [appellant], die daar ook woont. In mei 2017 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning bouwen van een aanbouw, met daarin een liftopbouw voor een huislift, aan de achterzijde van de dakopbouw op de woning. Het college heeft [appellant] gelast om de aanbouw inclusief de liftopbouw te verwijderen. Tegen deze besluiten zijn geen rechtsmiddelen aangewend zodat zij onherroepelijk zijn geworden. Op 2 oktober 2017 is een controle uitgevoerd bij de woning en geconstateerd dat de aanbouw inclusief de liftopbouw niet was verwijderd.
De uitspraak op rechtspraak.nl