ABRvS 25 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2815

Bij besluit van 13 maart 2018 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [moeder], de moeder van [zoon], om een geslachtsnaamswijziging ingewilligd. [moeder] heeft de minister op grond van het Besluit geslachtsnaamswijziging gevraagd om de geslachtsnaam van [zoon] te wijzigen van ‘[naam appellant]’ in ‘[naam moeder]’. Haar ex-partner [appellant], vader van [zoon], is onherroepelijk veroordeeld wegens een tegen haar begaan misdrijf. De minister heeft de aanvraag van [moeder] op grond van artikel 6 (oud) van het Besluit toegewezen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de gedragslijn, opgenomen in de bij artikel 6 van het Besluit behorende Bijsluiter psychische hinder niet kennelijk onredelijk of in strijd met de wet is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken