ABRvS 25 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2806

Bij besluit van 25 februari 2019 heeft de korpschef van politie de aan [bedrijf] te Hilversum verleende toestemming om [appellant] tewerk te stellen als medewerker voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden ingetrokken. De korpschef heeft bij besluit van 16 maart 2017 aan [bedrijf] in Hilversum toestemming verleend als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus om [appellant] als beveiliger in te zetten. In het besluit van 25 februari 2019, dat bij besluit van 18 juni 2019 is gehandhaafd, is deze toestemming ingetrokken, omdat de korpschef van mening is dat [appellant] onvoldoende betrouwbaar zou zijn om voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau werkzaamheden te verrichten. Daaraan heeft de korpschef ten eerste ten grondslag gelegd dat [appellant] op 8 februari 2019 is veroordeeld tot een geldboete van € 150,00 subsidiair 3 dagen hechtenis voor het bespugen van een klant.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken