ABRvS 25 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2803

Bij besluit van 29 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellant] om een vuurwerkverkoopvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag afgewezen. [appellant] verkoopt sinds 2000 rond de jaarwisseling vuurwerk vanuit een loods op het adres [locatie] te Den Haag. Bij besluit van 8 december 2017 heeft het college een aanvraag van [appellant] om een vuurwerkverkoopvergunning afgewezen. Bij besluit van 26 juli 2018 heeft het college het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Volgens [appellant] was duidelijk dat hij in bezwaar gehoord wilde worden. Nu hij niet is gehoord, heeft hij geen nadere toelichting ten overstaan van de bezwarencommissie kunnen geven, waardoor hij in zijn belangen is geschaad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken