ABRvS 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2691

Bij besluit van 18 december 2017 heeft de minister aan Stichting Vestia goedkeuring verleend voor de administratieve scheiding tussen diensten van algemeen economisch belang (DAEB) en overige werkzaamheden (niet-DAEB) overeenkomstig de specificaties van het definitieve scheidingsvoorstel van Vestia van 5 oktober 2017. Met ingang van 1 juli 2015 is de Woningwet ingrijpend herzien. Woningcorporaties dienen voor 1 januari 2018 een scheiding aan te brengen tussen het DAEB en het niet-DAEB bezit. In Hoofdstuk 2 van de Herzieningswet zijn overgangsbepalingen opgenomen in verband met de wijziging van de Woningwet. De colleges van B&W van enkele gemeenten in Zuid-Holland hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit, omdat de overheveling ineens van DAEB-woningen naar niet-DAEB, oftewel liberalisering, een plotselinge vermindering van de sociale woningvoorraad tot gevolg heeft en daarmee hun minimaal benodigde sociale voorraad niet gehaald zou worden. Zij lijken de wens te hebben tot een druppelsgewijze aanpak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen