ABRvS 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2686
Bij besluit van 7 maart 2018 heeft het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Zuidoost de aanvraag van [vergunninghouder] voor een vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten afgewezen. Bij besluiten van 24 juli en 22 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het door [vergunninghouder] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 7 maart 2018 herroepen en een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte in tien onzelfstandige woonruimten. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom de omzetting in dit geval de leefbaarheid van de buurt niet onevenredig aantast. De enkele mededeling dat de leefbaarheidstoets is verdisconteerd in het beleid is, gelet op de uitspraak van de rechtbank van 9 juli 2019 in zaken nrs. 18/616, 18/6120 en 18/6121, onvoldoende.
De uitspraak op rechtspraak.nl