ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2642
Bij besluit van 24 mei 2019 heeft de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Oost-Brabant een verzoek van [appellant sub 1] om rectificatie afgewezen. [appellant sub 1] heeft bij brief van 15 december 2017 een tuchtklacht ingediend tegen [advocaat], die hem eerder als advocaat heeft bijgestaan in een strafzaak. Bij brief van 17 september 2018 heeft de deken daarover een zogenoemd dekenstandpunt uitgebracht. Bij brief van 6 mei 2019 heeft [appellant sub 1] de deken op grond van artikel 16 van de Algemene verordening gegevensbescherming verzocht om rectificatie van het dekenstandpunt, omdat volgens hem het volgende daarin ontbreekt: "op vervolging aangiftes "2009" was reeds in raadkamer Rechtbank-Breda 13 januari 2010 ter verdediging aangevoerd "advocaat met fiscaal adviseur des cliënte"; in diens cassatieschriftuur door [advocaat] domweg weggelaten, hetgeen in executiegeding [advocaat] deed schorsen als raadsman."
De uitspraak op rechtspraak.nl