ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2634
Bij besluit van 12 februari 2019 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellante] om kennisneming van gegevens van haar die zijn geregistreerd in de systemen van de politie afgewezen. [appellante] heeft de korpschef op 31 december 2018 op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens verzocht om inzage van haar persoonsgegevens die zijn verwerkt in de politiesystemen. De korpschef heeft het verzoek afgewezen omdat zij eerder op 17 april 2018 kennis heeft genomen van persoonsgegevens die tot dat moment over haar waren verwerkt. Op 5 november 2018 heeft zij kennisgenomen van de persoonsgegevens die over haar zijn verwerkt in de periode van 17 april 2018 tot en met 13 oktober 2018. Zij heeft het recht op controle volgens de korpschef in voldoende mate kunnen uitoefenen. Volgens de korpschef zijn er na deze data geen nieuwe persoonsgegevens over [appellante] geregistreerd in de politiesystemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl