ABRvS 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2626
Bij besluit van 2 augustus 2018 heeft de korpschef van politie een aan [appellante] verleend verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie ingetrokken. Aan [appellante], die in haar vrije tijd instructrice is bij een schietvereniging, is een verlof voor het hebben van wapens en munitie verleend. In de nacht van 24 april 2018 heeft zich een incident voorgedaan in de nabijheid van de woning van [appellante] tussen haarzelf en een inspecteur van politie die op dat moment als hulpofficier van justitie in functie was. Daarover heeft hij op 9 mei 2018 een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Na kennisneming hiervan heeft de korpschef geconcludeerd dat er aanwijzingen zijn dat aan [appellante] het onder zich hebben van wapens of munitie niet langer kan worden toevertrouwd.
De uitspraak op rechtspraak.nl