ABRvS 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2537
Bij besluit van 3 augustus 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 1.250,00 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering. [appellant] heeft niet tijdig, dat wil zeggen vóór 12 mei 2017, aan zijn inburgeringsplicht voldaan en heeft daarmee artikel 7, eerste lid, van de Wi niet nageleefd. De minister heeft hem daarom een boete van € 1.250,00 opgelegd. Gelet op het medisch advies van Argonaut van 28 januari 2019 is het verzoek van [appellant] om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen. Zoals de minister ter zitting van de Afdeling heeft bevestigd, heeft [appellant] het inburgeringsdiploma vervolgens binnen de tweede termijn van twee jaar, dat wil zeggen vóór 12 mei 2019, gehaald. Verder heeft [appellant] ter zitting desgevraagd opgemerkt dat hij momenteel een bijstandsuitkering ontvangt.
De uitspraak op rechtspraak.nl