ABRvS 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2533

Bij besluit van 25 juli 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] bij de indiening ervan geen geldig buitenlands reisdocument heeft overgelegd, zodat zijn nationaliteit niet is komen vast te staan. [appellant] heeft volgens de staatssecretaris niet aangetoond in bewijsnood te verkeren. De staatssecretaris heeft het Nederlanderschap verder geweigerd op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, omdat [appellant] niet voldoende ingeburgerd is in de Nederlandse samenleving. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert, omdat hij niet heeft aangetoond dat hij al het mogelijke heeft gedaan om in het bezit te komen van de benodigde documenten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken