ABRvS 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2508

Bij besluit van 22 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellante] om afgifte van een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is gehuwd geweest met [persoon]. Zij hebben samen een dochter. Zij was vier jaar oud toen het college het besluit op het bezwaar nam. De echtscheiding tussen [appellante] en [persoon] is op [datum] 2020 uitgesproken door de rechtbank Amsterdam. In februari 2020 heeft de rechtbank Amsterdam een co-ouderschapsregeling bepaald, waarbij beide ouders een gelijkwaardige rol vervullen. In die beschikking heeft de rechtbank Amsterdam ook overwogen dat [appellante] geen toestemming krijgt om met de dochter naar Japan te verhuizen. De dochter verblijft een deel van de week bij [appellante], en een vergelijkbaar deel van de week bij [persoon]. Vanaf september 2019 tot en met augustus 2020 huurde [appellante] een woning in Amsterdam.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken