ABRvS 21 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2467

Bij besluit van 26 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de aanvraag van [appellant] om vergoeding van de kosten voor eigen vervoer van zijn [zoon] naar het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam afgewezen. [zoon] is de zoon van [appellant]. In het schooljaar 2018/2019 ging hij van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Op 11 mei 2018 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor vergoeding van de kosten die hij gaat maken om zijn zoon met de auto van de woning in Utrecht naar het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam te brengen. [zoon] lijdt aan een spierziekte en is niet in staat om zelfstandig naar zijn nieuwe middelbare school te gaan. [appellant] heeft als dichtstbijzijnde, toegankelijke school voor zijn zoon het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen