ABRvS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2323
Bij besluit van 2 juli 2018 heeft de staatssecretaris [appellant] een boete opgelegd van € 3.000,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Het door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 17 mei 2018 houdt in dat op basis van het door ambtenaren van de Nationale Politie opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 21 februari 2018, dat als bijlage bij het boeterapport is gevoegd, is vastgesteld dat de vreemdeling, van Sierra Leoonse nationaliteit, in de woning aan de [locatie] op 20 februari 2018 puin aan het scheppen was en in een kruiwagen deed. Gezien de gehele situatie was het volgens de verbalisanten duidelijk dat de woning werd verbouwd en er sloopwerkzaamheden gaande waren. [appellant] is de eigenaar van deze woning. Het UWV Werkbedrijf heeft voor de werkzaamheden geen tewerkstellingsvergunning verleend en de vreemdeling beschikte niet over een gecombineerde vergunning voor werkzaamheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl