ABRvS 23 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2274

Bij besluit van 11 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Huizen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de verhoging van de erfscheiding tussen de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Huizen afgewezen. [belanghebbende] heeft een overkapping achter zijn huis, waarvan hij de zijkant op de erfgrens heeft dichtgemaakt. Daarbij heeft hij deels gebruik gemaakt van de constructie van de schutting die aan zijn kant staat. De schutting betreft de gezamenlijke schutting met [appellant]. [appellant] kijkt tegen de dicht gebouwde zijkant van de overkapping aan. Die zijkant steekt uit boven de gezamenlijke schutting. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft het college verzocht om daartegen handhavend op te treden. Het college heeft dat verzoek afgewezen omdat het zich niet bevoegd acht om handhavend op te treden. Naar het oordeel van het college is er geen sprake van een overtreding. De rechtbank is het college hierin gevolgd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken