ABRvS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2164
Bij besluit van 16 juli 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellante] tot het verlenen van een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellante] heeft een Nederlands paspoort aangevraagd. Zij heeft de Surinaamse nationaliteit en woont in [woonplaats], Suriname. De minister heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat zij de Nederlandse nationaliteit niet bezit. In het besluit op bezwaar heeft de minister de buitenbehandelingstelling gehandhaafd. Hij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat [appellante] op 23 juli 1982 op grond van artikel 6, eerste lid, van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname het Nederlanderschap heeft verloren.
De uitspraak op rechtspraak.nl