ABRvS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1660
Bij besluit van 16 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad besloten tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 50.000,00. [appellant] is eigenaar van het pand met de adressen [locatie A], [locatie B] en [locatie C] in Zaandam. De woonruimte op de begane grond heeft huisnummer [locatie A], de bovenwoning heeft huisnummer [locatie B] en de woonruimte in de kelderverdieping heeft huisnummer [locatie C]. Het college heeft bij twee afzonderlijke besluiten van 13 oktober 2017 aan [appellant] in totaal tien lasten onder dwangsom en een preventieve last onder dwangsom opgelegd wegens in het pand geconstateerde overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en een aantal voorschriften van het Bouwbesluit 2012. De besluiten van 13 oktober 2017 zijn in rechte onaantastbaar. Met de in bezwaar gehandhaafde besluiten van 16 mei 2018 en 22 mei 2018 is het college tot invordering van verbeurde dwangsommen overgegaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl