ABRvS 8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1584
Bij besluit van 15 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat hij met zijn vrouw en meerderjarige zoon inwoont bij zijn dochter, haar man en hun minderjarige dochter. Deze woning is niet groot en omdat er zes mensen wonen worden alle drie de kamers, waaronder de woonkamer, ook gebruikt om in te slapen. Hierdoor is er weinig privacy wat heeft geleid tot diverse problemen. Zo zijn huwelijksproblemen ontstaan tussen de dochter en schoonzoon van [appellant]. De inwoning staat in de weg aan verdere gezinsuitbreiding en heeft een negatieve invloed op het gedrag van de kleindochter van [appellant]. Door dit alles zijn de onderlinge verhoudingen gespannen. Daarnaast hebben [appellant] en zijn vrouw medische problemen en willen zij een lager gelegen woning. [appellant] wil in Amsterdam blijven wonen omdat hij daar al negentien jaar woont.
De uitspraak op rechtspraak.nl