ABRvS 17 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1414

Bij besluit van 11 mei 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag over 2016 voor [appellant] definitief berekend en vastgesteld op € 1.096,00. [appellant] heeft over het jaar 2016 tot en met 2018 voorschotten huurtoeslag ontvangen. Daarna heeft de Belastingdienst/Toeslagen de huurtoeslag over 2016 definitief berekend en vastgesteld op € 1.096,00 en de voorschotten over 2017 en 2018 gewijzigd vastgesteld op nihil. De Belastingdienst/Toeslagen heeft daarbij de te veel uitbetaalde voorschotten huurtoeslag teruggevorderd. Vanaf 1 juli 2016 huurde [appellant] een woning van zijn zoon. De Belastingdienst/Toeslagen heeft aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd dat [appellant] onvoldoende heeft aangetoond de verschuldigde huur te hebben betaald. De overgelegde kwitanties zijn onvoldoende als bewijs van betaling. De kwitanties worden niet ondersteund door de overgelegde bankafschriften. De bedragen van de pinopnames op de bankafschriften corresponderen niet met het bedrag van de huur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken