ABRvS 3 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1343

Bij besluit van 24 oktober 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek van 6 december 2016 afgewezen, omdat [appellant] niet sedert vijf jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek onafgebroken hoofdverblijf in het Koninkrijk heeft gehad, zodat hij niet aan de vereisten van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap voldoet. Verder is [appellant] weliswaar sinds [2010] gehuwd met een Nederlandse echtgenote, maar uit de Basisregistratie Personen volgt dat zij sinds 21 december 2010 staat inschreven in Amsterdam, terwijl zij ook sinds 15 februari 2011 met [appellant] in Antwerpen staat ingeschreven. Volgens de staatssecretaris is er dan ook alleen gebleken van een inschrijving, niet van het daadwerkelijk samenwonen, zodat [appellant] niet aan het samenwoningsvereiste van de RWN voldoet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken