ABRvS 27 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1291

Bij afzonderlijke besluiten van 29 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van [appellant A] en [appellante B] een bedrag van € 20.000,00 aan verbeurde dwangsommen ingevorderd. [appellant A] en [appellante B] waren als maten van een maatschap eigenaar van het appartementsrecht voor het pand op het perceel [locatie] in Den Helder. Bij afzonderlijke besluiten van 5 april 2017 heeft het college [appellant A] en [appellante B] onder oplegging van een dwangsom van € 4.000,00 per week met een maximum van € 20.000,00 gelast om binnen zes weken na dagtekening van de besluiten de strijdigheid met artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet en de artikelen 6.20, achtste lid, en 6.32, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 in het pand op het perceel te beëindigen. In de besluiten is vermeld dat op 12 april 2016 een toezichthouder heeft geconstateerd dat het pand niet voldoet aan alle brandveiligheidsvereisten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken