ABRvS 6 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1195
Bij besluit van 22 oktober 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen omdat [appellante] met de door haar overgelegde documenten haar identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond. Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (thans: Team Onderzoek en Expertise Documenten) heeft op verzoek van de staatssecretaris onderzoek verricht naar de documenten. TOED heeft in de verklaring van onderzoek van 13 juni 2017 geconcludeerd dat de overgelegde geboorteakte waarschijnlijk niet echt is. Hieraan heeft TOED ten grondslag gelegd dat de basisgegevens van het document zijn aangebracht met een reproductietechniek. [appellante] heeft vervolgens een verklaring van de Iraakse ambassade van 28 augustus 2017 overgelegd, waarin staat dat de ambassade de legalisatie van de geboorteakte bevestigt.
De uitspraak op rechtspraak.nl