ABRvS 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1120
Bij besluit van 4 juni 2018 heeft het CBR aan [appellant] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Het CBR heeft het in het besluit op bezwaar gehandhaafde besluit van 4 juni 2018 genomen naar aanleiding van een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 van de officier van justitie. Hierin is vermeld dat het vermoeden bestaat dat [appellant] niet langer beschikt over de rijvaardigheid, vereist voor het besturen van de categorieën van motorrijtuigen waarvoor aan hem een rijbewijs is afgegeven. Volgens het bij de mededeling gevoegde proces-verbaal van 13 april 2018 heeft [appellant] als beginnend bestuurder van een motorvoertuig op 29 maart 2018 het Reglement verkeersregels en verkeerstekens overtreden door buiten de bebouwde kom met een gecorrigeerde snelheid van 99 km per uur te rijden waar 60 km per uur is toegestaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl