ABRvS 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1105
Bij besluiten van 21 september 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten zorgtoeslag voor het jaar 2018 van [appellanten] herzien en vastgesteld op nihil. [appellanten] hebben in de periode 1 januari 2018 tot en met 31 mei 2018 voorschotten zorgtoeslag ontvangen. Bij besluiten van 21 september 2018, zoals gehandhaafd bij de besluiten van 8 november 2018 en 10 december 2018, heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan hen toegekende voorschotten herzien en vastgesteld op nihil, als gevolg waarvan zij de eerder ontvangen voorschotten moeten terugbetalen. Volgens de dienst moeten [appellanten] als toeslagpartners worden aangemerkt en is hun gezamenlijke toetsingsinkomen te hoog om in aanmerking te komen voor zorgtoeslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl