ABRvS 11 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4105
Bij besluit van 29 maart 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling, van Surinaamse afkomst, heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij als transgender in Suriname onderworpen is geweest aan vervolging en een gegronde vrees heeft bij terugkeer vervolgd te worden. Zij klaagt in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat zij niet de waarheid spreekt over de reden waarom zij Suriname verlaten heeft. Verder klaagt zij dat de rechtbank de vraag of zij in Suriname vervolgd wordt op een onjuiste manier heeft beoordeeld. Dit terwijl ook de staatssecretaris gelooft dat zij in Suriname veel problemen heeft gehad, omdat zij transgender is.
De uitspraak op rechtspraak.nl