ABRvS 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3762
Bij besluit van 17 juli 2017 heeft de burgemeester van Den Haag gelast de woning aan het [locatie] te Den Haag te sluiten voor de duur van zes maanden, ingaande op 25 juli 2017. [appellante] huurde de woning en woonde daarin met haar zoon. De politie heeft op 28 en 30 april 2017 de woning doorzocht. In de bestuurlijke rapportage van de politie van 14 juni 2017 is vermeld dat op 28 april 2017 in de woning in de slaapkamer van de zoon direct in het zicht drie zakken met henneptoppen met een brutogewicht van 22,5 gram, een gripzakje met vermoedelijk MDMA en een boksbeugel werden aangetroffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912
- ABRvS 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2116
- ABRvS 4 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1151
- ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:851
- HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2789
- ABRvS 6 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2616
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 13 mei 2008, ECLI:NL:XX:2008:BD3994
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 8 juni 1976, ECLI:NL:XX:1976:AC0386