ABRvS 21 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2832
Bij besluit van 24 maart 2017 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 6.750,00 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Het door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 7 februari 2017 houdt in dat een vreemdeling met de Turkse nationaliteit in de periode 1 januari 2016 tot en met 31 oktober 2016 of delen daarvan ten behoeve van [appellant] schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht. Het boeterapport houdt voorts in dat de vreemdeling de arbeid heeft verricht via een in- en uitleensituatie of aanneming van werk en dat het UWV Werkbedrijf aan [appellant] noch de werkgevers bij wie de vreemdeling de arbeid feitelijk heeft verricht, een tewerkstellingsvergunning heeft afgegeven.
De uitspraak op rechtspraak.nl