ABRvS 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3226
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij uitspraak van 17 mei 2016 het besluit op bezwaar van het college van 12 juni 2015 vernietigd en de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. Nu de ingebrekestelling bij brief van 5 juli 2018 heeft plaatsgevonden en op dezelfde dag door het college is ontvangen, is ingevolge artikel 4:17, derde lid, van de Awb, 21 juli 2018 de eerste dag waarover het college aan [appellant] een dwangsom is verschuldigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl