ABRvS 15 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2716
Bij brief van 2 juni 2016 heeft [appellant] bij de burgemeester van Den Haag 28 verzoeken ingediend, die door hem zijn aangeduid als verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. [appellant] voelt zich onheus behandeld door de burgemeester en sommige ambtenaren van de gemeente tijdens en na eerder doorlopen procedures en heeft daarover met hen gecorrespondeerd. Omdat de burgemeester en de ambtenaren hebben meegedeeld niet meer inhoudelijk te zullen reageren op zijn brieven, voelt [appellant] zich naar eigen zeggen gedwongen om Wob-verzoeken in te dienen bij de burgemeester.
De uitspraak op rechtspraak.nl