ABRvS 1 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2550

Bij besluit van 13 juni 2016 heeft de raad voor rechtsbijstand een aan [appellante] verleende toevoeging ingetrokken en het aan de rechtsbijstandverlener van [appellante] betaalde bedrag, verminderd met de door [appellante] betaalde eigen bijdrage, van [appellante] gevorderd. Bij besluit van 6 maart 2013 heeft de raad aan [appellante] een toevoeging toegekend, waarbij haar een eigen bijdrage is opgelegd van € 129,00. Hierbij is de raad er onder meer van uitgegaan dat partner van [appellante] geen vermogen had. Op dat moment waren het verzamelinkomen en vermogen van [appellante] en haar partner nog niet definitief vastgesteld. Vervolgens heeft de raad een hercontrole uitgevoerd. Uit die hercontrole is gebleken dat het definitief vastgestelde vermogen van haar partner in 2011 € 143.388,00 bedroeg en daarom boven de wettelijke grens ligt. Op grond hiervan heeft de raad de aan [appellante] verleende toevoeging ingetrokken en het bedrag van € 411,51 dat de raad aan de rechtsbijstandverlener van [appellante] heeft uitbetaald van haar gevorderd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen