ABRvS 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2514
Bij besluit van 30 september 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag, de huurtoeslag en het kindgebonden budget van [appellante] over 2015 definitief berekend en vastgesteld op nihil en de voorschotten van respectievelijk € 712,00, € 2.512,00 en € 3.779,00 teruggevorderd. De Belastingdienst/Toeslagen heeft de toeslagen en het kindgebonden budget van [appellante], een vreemdeling met de Eritrese nationaliteit definitief berekend en bepaald dat zij in dat jaar geen recht heeft op toeslagen. De dienst heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat uit informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst is gebleken dat de verblijfsvergunning van [appellante] met terugwerkende kracht per 10 december 2014 is ingetrokken. Nu [appellante] in 2015 geen rechtmatig verblijf had in Nederland, komt zij volgens de Belastingdienst/Toeslagen niet in aanmerking voor toeslagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl